Haas

Hoeveel plast een pissebed?
Gaat een luipaard vroeg naar bed?
Hoeveel mazzel heeft een zwijn?
Kan een snip verkouden zijn?

Kraaien krassen, maar hanen kraaien.
Bestaan er soms ook mamagaaien?
Mieren mieren? Gieren gieren?
En hoe dood zijn alle pieren?

Vliegen vliegen, da’s normaal.
Bevers kunnen vast ook beven.
Maar draagt een boa ooit één sjaal?
Hoe zou een kever moeten keven?

Die namen kloppen voor geen meter.
Dat kunnen dieren zelf echt stukken beter
Want een dier is ons al de baas,
Dat zegt gewoon: mijn naam is … haas.

 

Intro
Lees het gedicht voor (de kinderen luisteren alleen en lezen niet mee via het digibord).

Vraag
Voor de onderbouw: welke dieren heb je allemaal onthouden? Lees het gedicht nog eens voor. Ken je alle dieren?
Voor de bovenbouw: welke uitdrukkingen heb je gehoord in het gedicht en wat betekenen die? Lees het gedicht nog eens voor, laat later ook de tekst zien.

Waarom hebben dieren namen, en waar komen die vandaan denk je?

Antwoord & informatie
Het gedicht is gemaakt door Jan Paul Schutten, de poster is van Sebastiaan Van Doninck. De dichter heeft het over eigenschappen van dieren door heel letterlijk naar hun naam te kijken: klopt die eigenlijk wel?

Vervolgvragen:

Welke uitdrukkingen met dieren ken je nog meer?
Door een vergelijking (zo.. als een…) kan je iets duidelijk maken over iemand: past er ook een vergelijking met een dier bij jou?